Geschiedenis


1 juni 1968 werd het eerste Safaripark van Nederland geopend. Als onderdeel van het gelijknamige recreatiegebied de Beekse Bergen. Van een Safaripark was er nog niet te spreken in 1968, om een groot terrein werd een dubbel hek van 4 meter geplaatst. Op het terrein van 60 hectare waren vier groepen leeuwen ondergebracht. De bezoekers konden vanuit de auto de wilde dieren bekijken. Terwijl de bezoeker zat opgesloten en de dieren in vrijheid leefden. Het Safaripark heette toen toepasselijk Leeuwenpark Beekse Bergen. Voor het ontwerp en de inrichting van het Leeuwenpark was de gemeenten Hilvarenbeek en Tilburg samen met de eigenaar van het recreatiegebied in zee gegaan met de Engelse circusman Jimmy Chipperfield. Deze man introduceerde in Engeland het begrip "Safaripark" door op landgoederen diverse wilde dieren los te laten. Betalende bezoekers konden een rondrit in hun eigen auto maken. De invloed uit Engeland was goed te merken in het Leeuwenpark Beekse Bergen het verkeer reed links en verschillende dingen in het park kregen een Engelse naam.

Het ging in het begin erg goed met het Leeuwenpark. Er kwamen vele mensen naar de Leeuwen kijken. Het was er zo druk dat de bezoekers al uren met de auto in de file stonden voor de ingang van het Leeuwenpark. Na een jaar of twee was het bijzondere van het leeuwenpark er wel af. Om toch de bezoekers te blijven trekken naar het Leeuwenpark kwamen er vanaf 1970 meer Afrikaanse diersoorten naar het leeuwenpark. De naam van het park veranderen toen in Safaripark Beekse Bergen en het park werd uitgebreid. Als eerst kwamen er jachtluipaarden en bavianen. In 1972 was de eerste geboorte van jachtluipaarden in een Nederlandse dierentuin. Langzaam aan kwamen er steeds meer diersoorten naar het Safaripark. Zoals in 1972 een groepje van vier witte neushoorns. In 1976 had het Safaripark weer een Nederlandse primeur de eerste neushoorn werd geboren. Verder kwamen er zebra's, elandantilopen, waterbokken, sabelantilopen, lama's, nandoes en struisvogels naar het Safaripark.

In 1974 kwam met de boot uit Engeland in een omgebouwde Engelse dubbeldekker een groep giraffen naar het park. De vloer tussen de twee verdiepingen was eruit gehaald zodat de dieren erin konden. Naast de giraffen kwamen er nog meer dieren naar het Safaripark gnoes, moeflons en gemsbokken. Een deel van het terrein waar de jachtluipaarden verbleven werd ingericht voor nieuwe bewoners Afrikaanse Wilde honden die in 1978 in het park arriveerde. Niet alleen in 1978 kwamen de wilde honden er kwamen tijgers en de eerste Safari-studiebus reed door het park heen.

Eind jaren zeventig werd de invloed van de engelsman Jimmy Chipperfield minder en ontstond er ruimte om aandacht aan natuurbehoud en milieueducatie te besteden. Het Safaripark werd lid in 1980 van de Nederlandse Vereniging van Dierentuin en volgt sindsdien de doelstellingen van de vereniging. Er gebeurde nog meer in het jaar 1980 het Safaripark introduceerde het Wildpark. Met de uitbreiding kwamen er meer diersoorten naar het Safaripark zoals Przewalskipaarden, edelherten, damherten en Japanse Sikaherten. Niet lang daarna kwamen er ook nog Schotse hooglandrunderen en verschillende soorten ganzen naar het Safaripark. Door de uitbreiding ging de capaciteit van het Safaripark omhoog en konden meer bezoekers het park betreden.

De behoeften om de auto te laten staan werd groter mede dankzij de oliecrisis. Daarom introduceerde het Safaripark in 1982 de wandelsafari Rest-Oase. Een klein deel van het terrein werd ingericht om de bezoekers te kunnen laten wandelen langs verschillende dieren. Op de eilandjes zijn vooral kleinere dieren te vinden zoals ringstaartmaki's, doodshoofdaapjes en pinguïns. Om de bezoeker de gelegenheid te geven om te wandelen werd een ruime parkeerplaats aangelegd om de auto te parkeren. In 1984 werd de wandelsafari uitgebreid met de vogeldemonstratie die nog steeds gegeven word in het Safaripark. In 1985 en 1986 ging het met het Safaripark financieel niet goed meer. De gemeente Tilburg en Hilvarenbeek die toen nog gezamenlijk eigenaar van het park waren wilden het Safaripark zelfs sluiten of het park in de verkoop zetten. Trouwen bezoekers richten de Stichting Vrienden Safaripark om ervoor te zorgen dat het Safaripark behouden bleef. In 1987 werd het Safaripark geprivatiseerd en overgenomen door Libéma BV. Dankzij de overname kon er weer geïnvesteerd worden. Zo waren dringend nieuwe stallen nodig en de verarmde dierencollectie moest weer op peil gebracht worden. Het Safaripark veranderde ingrijpend. De ingang werd verplaatst en het autoverkeer ging rechts rijden. Het park moest er natuurlijker uitgaan zien hekken en gebouwen werden zoveel mogelijk weggehaald of verborgen achter groen. De indeling van het Safaripark veranderde ook de dieren die in het wild in hetzelfde gebied leefde kregen voortaan in het park een plaats bij elkaar. In 1988 werd de watersafari gegraven. Een jaar later in 1989 konden de bezoekers per boot een rondvaart maken langs verschillende diersoorten. In 1990 kwam er een tweede kleinere boot bij om tijdens drukkere dagen de capaciteit te vergroten. Naast de veranderingen in het park ging het park ook meer meewerken aan Europese Fokprogramma's. Om er voor te zorgen dat jachtluipaarden, de Siberische tijger, Het przewalskipaard, de Grevy zebra en nog andere diersoorten van uitsterven behouden blijven.

De interesse om de auto te laten staan en wandelend door het Safaripark te gaan was nog steeds aanwezig. In 1996 was het dan zover en werd de wandelsafari in het begin van het Safaripark verbonden met de wandelsafari achter in het park. De vier kilometer lange wandelsafari dwars door het Safaripark heen zorgt ervoor dat niet alleen de bezoeker wandelend door het park kan maar ook de verblijfsduur in het Safaripark word verlengd. Tegelijk met de aanleg van de wandelroute werd de bestaande autoroute en busroute zoveel mogelijk langs de buitenzijde van het Safaripark aangelegd. Zodat de wandelaars zo min mogelijk gestoord worden door auto's en bussen. Er gebeurde nog meer langs de wandelsafari kwamen een aantal nieuwe diersoorten te wonen zoals Pater davidsherten, wrattenzwijnen, stokstaartjes, servals, hyena's en nog andere diersoorten. Ook werd er voor de Afrikaanse olifanten en bavianen een nieuw groot verblijf aangelegd langs de wandelsafari. De Autosafari werd uitgebreid met een nieuwe afdeling. Door de komst van wallabies, grijze reuzenkangoeroes en emoes konden dieren uit Australië ook voortaan vertegenwoordigd worden in het Safaripark. Opnieuw veranderen de naam het Safaripark Beekse bergen zou voortaan Safari Beekse bergen gaan heten.

In 2000 word het Aziegebied geopend met verblijven voor o.a Maleisische beren, gibbons en Aziatische otters. In 2005 start Beekse Bergen met een reeks vernieuwingen.  De panters kregen een nieuw onderkomen bij  de ingang, de grondwerkzaamheden voor de mensapen-eilanden, Het safaripark voegt veel nieuwe vogelsoorten toe in 2 grote voilieres, Het Europagebied bij de autosafari werd Aziatisch. De moeflons, wisenten vertrokken en de Schotse hooglanders kregen een andere plaats in het park. Nilgau, yaks, witlipherten, Javaanse bantengs, en makhors vullen dit gebied op. De lippenberen wordn toegevoegd aan de collectie en gecombineerd met de resusapen in het Aziegebied. Opnieuw verandert de naam in Safaripark Beekse Bergen.

Het jaar 2006 is het jaar van de apen. In juli komen de eerste chimpansees uit Rijswijk, het proefdierencentrum. In 2007 zullen er bij de ingang nog twee groepen komen. In september van 2006 komen 4 pubergorillamannen uit de Apenheul.  Deze worden samen gehouden met colobusapen. De eilanden bevinden zich op een stuk dat vroeger onderdeel was van de neushoornvlakte. De vogelcollectie word verder uitgebreid tot 30 soorten. In 2008 ontvangt Beekse Bergen twee zeldzame nieuwkomers, de gestreepte hyena. Dit is al tweede hyena soort die in hilvarenbeek te zien is. Na 25 jaar worden er weer tijger geboren, dit keer een drieling. De flamingo's krijgen een nieuw onderkomen en zorgen dat jaar meteen voor jongen.