Ouwehands Dierenpark / Geschiedenis

Geschiedenis


1922 - Hoenderpark Ouwehand

De geschiedenis van Ouwehands Dierenpark start rond 1920 als Cornelis Ouwehand een ‘Hoenderpark’ opricht waar hij kippen fokt en kippenvoer verkoopt. Al snel krijgt Cornelis in de gaten dat zijn klanten meer belangstelling hebben voor zijn dieren dan voor de fabriek. Hij breidt daarom zijn hoenderpark uit met een paar wasberen en een aapje.

Tijdens de economische crisis in 1929 daalt de omzet van de voerfabriek flink en Ouwehand besluit het over een andere boeg te gooien; hij verkoopt zijn fabriek en begint op de Grebbeberg een dierenpark. Hij reist heel Europa af, bezoekt verscheidene dierentuinen en vormt zo het idee over hoe zijn ideale dierentuin eruit moet gaan zien.

Jaren ‘30

Ouwehand huurt een tuinarchitect in die het dierenpark aanlegt met drie berenplateaus, berenrotsen en het parkrestaurant. Op18 juni 1932 opent Cornelis Ouwehand de deuren van zijn dierenpark. Hoenders en kippen vormen dan nog de hoofdmoot van Ouwehands collectie. De toegangsprijs bedraagt fl. 0,30.

De 1.000-krokodillenshow is de grote publiekstrekker in 1935. In twee bassins kruipen honderden grote en kleine exemplaren langs, over en door elkaar heen. Bij de ingang kopen de bezoekers zakjes vlees om de levengevaarlijke reptielen zelf te voeren.

Deze krokodillen maken op dat moment deel nog uit van een grote rondtrekkende show, maar de krokodillen zijn zo’n succes dat Cornelis Ouwehand besluit om de show in zijn geheel over te nemen.

Zo wordt 1935 een succesvol jaar voor Ouwehands Dierenpark en het park haalt een record aantal bezoekers in huis. Rustig bouwt Cornelis verder aan zijn dierenpark en opent het eerste dikhuidenverblijf in Nederland waarin onder andere zeeleeuwen, ijsberen, Aziatische olifanten, een nijlpaard en pinguïns te bewonderen zijn.

In 1937 bouwt Cornelis Ouwehand zelf de leeuwenrots en maakt een begin met de aanleg van het open leeuwenterrein. De allereerste giraffen verschijnen in 1938 en dan wordt ook het eerste ijsbeertje geboren. Weer meer mensen (250.000) bezoeken het park en betalen 60 cent voor een toegangskaartje. In 1939 start een speciale Ouwehandbusdienst die de mensen van het Amsterdamse station Amstel rechtstreeks naar Rhenen vervoert.

De oorlogsjaren ’40-’45

In de oorlog maakt het dierenpark moeilijke tijden door. De hevige strijd om de Grebbeberg brengt het dierenpark veel schade toe en natuurlijk lijden de dieren erg onder het geweld. Het Nederlandse leger verwacht dat het park tijdens vijandelijkheden onder vuur zal komen te liggen. De kans is dan levensgroot dat de dierenverblijven geraakt worden en leeuwen, tijgers, beren en andere gevaarlijke roofdieren kunnen ontsnappen. Om dit te voorkomen zijn de militairen van plan om alle roofdieren in het dierenpark dood te schieten.

Maar Cornelis Ouwehand heeft weinig vertrouwen in de schietkunsten van de militairen en neemt daarom de moeilijke beslissing om zijn dieren zelf te doden. Ouwehand schiet leeuwen, panters, tijgers, wolven en beren af, maar spaart ijsbeer Maxi en haar jonge tweeling.

In 1941 lijkt het grootste oorlogsgevaar geweken en starten Cornelis en zijn medewerkers met de wederopbouw van het dierenpark. Ze herstellen de vernielde gebouwen en dierverblijven en op 18 juni 1942 is heropening. Het personeel van Ouwehand schenkt een bank ter gelegenheid van het 10-jarige bestaan. Deze bank is tot op de dag van vandaag nog te zien in het dierenpark. Qua bezoekersaantallen is 1943 het meest succesvolle jaar sinds de oprichting. Het lijkt wel of er helemaal geen oorlog aan de gang is…

Helaas is dit maar schijn, want in februari 1945 beveelt de Duitse bezetter de ontruiming van het dierenpark. De geallieerden zijn tot op steenworp afstand van het park genaderd en de Duitse SS wil dat alle burgers het gebied verlaten. Ouwehand kan niets anders doen dan de meeste dieren loslaten en de rest evacueren naar de sigarenfabriek van Ritmeester in Veenendaal. Een bonte stoet kamelen, lama’s, papegaaien, waterbuffels en kalkoenen gaat op pad.

Nog is de oorlog niet voorbij en tijdens bombardementen wordt het woonhuis van Cornelis vernietigd. Ook het dierenpark zelf heeft weer zwaar te lijden onder het geweld.

Na de bevrijding

Als de oorlog in 1945 is afgelopen, duurt het even voordat de wederopbouw op gang komt, maar gelukkig kan het dierenpark al in 1946 twee Aziatische olifanten verwelkomen en de collectie aanvullen met watervogels en een krokodil.

Het budget is echter niet groot en dus zoekt Ouwehand naar projecten die hij met bescheiden middelen kan realiseren. In 1947 opent het ‘Insectarium’: een tropische kamer met wandelende takken, kleine reptielen en klauwkikkers. Langzamerhand zet Ouwehand zijn dierenpark weer op poten.

Jaren ’50

Op 7 mei 1950 overlijdt Cornelis Willem Ouwehand, de oprichter van het dierenpark, op 58-jarige leeftijd. Abraham Ouwehand en Jo Baars nemen de directie over. Het lichtpuntje dat jaar is dat het dierenpark zijn tien miljoenste bezoeker mag ontvangen.

Begin jaren ’50 maken betalingen voor het herstel van oorlogsschade verdere wederopbouw van het park mogelijk: het restaurant en de speeltuin worden groter en Ouwehand legt een zwembad aan. In 1953 stijgt het bezoekersaantal tot maar liefst 530.000. Zij betalen dan 80 cent voor een kaartje.

In 1954 opent het ‘Ouwehands Natuurbad’. Bezoekers kunnen tegen een aparte entreeprijs gebruikmaken van het zwembad en de zonneweiden. Het wegrestaurant ‘Koningstafel’ opent ook zijn deuren. Door het grote succes van het Natuurbad is er in 1957 veel aandacht voor uitbreiding met een solarium, drie extra zwembaden en een speelweide.

Het dierenpark begint weer aardig te draaien en vult eind jaren ’50 zijn diercollectie aan met nijlpaarden, Californische zeeleeuwen, toekans, chimpansees, rendieren, pinguïns en mangoesten. Het aquarium ondergaat grootscheepse renovatie en krijgt een apart gedeelte met inheemse vissoorten.

Jaren ’60

De eerste orang oetan komt naar het dierenpark en ijsberen en bruine beren worden in het park geboren. De bezoekers betalen nu 1 gulden 50, maar mogen de dieren niet meer zelf voeren. Dit wordt sindsdien aan de dierverzorgers over gelaten.

In 1964 verhuist de tweede orang oetan naar Rhenen en nemen ook stokstaartjes, vale gieren, oehoes, kwaststaartstekelvarkens, een reuzenmiereneter, poolvossen, chimpansees en damherten hun intrek in Ouwehands Dierenpark.

Jammer genoeg trekt deze waslijst aan nieuwe dieren in 1967 niet veel mensen aan. Zelfs de opening van het ‘Giraffenhuis’ en de komst van de babyolifanten Raja en Anka in dat jaar mogen niet baten.

Ouwehand constateert dat de dierentuin uit zijn voegen is gegroeid en dat een uitbreiding met 12 hectare nodig is om weer nieuwe bezoekers te kunnen trekken. Toestemming voor dit plan komt er echter niet en Abraham Ouwehand overweegt in 1968 daarom sluiting van het dierenpark. Iets later ontstaat het plan om dan maar het hele dierenpark te verhuizen naar Ermelo, waar op de Veluwe een stuk grond van maar liefst 100 hectare beschikbaar is. Uiteindelijk ziet de directie van deze ingrijpende operatie af.

Om de mensen bewust te maken van de waarde van de dieren, vermeldt het park de aankoopbedragen van de dieren op borden. Zo krijgt de bezoeker inzicht in de kostenposten van de dierentuin.

Jaren ’70

Als gevolg van een TBC-uitbraak verdwijnen in 1970 de runderen uit Ouwehands diercollectie. Een tijdelijke dolfijnenshow komt voor deze runderen in de plaats. Dit is zo’n succes dat Ouwehands besluit het ‘Dolfirena’ te bouwen. In 1971 opent het dierenpark de Dolfirena, een 100 m² grote bassin met 1.500 zitplaatsen, waarin per dag vijf tot zeven ‘Ouwehand Florida Delphin Shows’ plaatshebben.

De onfortuinlijke dood van hoofdverzorger Ab van den Berg vormt het dieptepunt van dat jaar. Een leeuw valt hem en zijn collega J. Pleines aan en Van den Berg overlijdt aan de gevolgen hiervan. Abraham Ouwehand heeft geen keuze en schiet de leeuwen af en haalt enkele weken later alweer zes jonge leeuwen naar Rhenen.

Ouwehand maakt in 1971 naam als ’Recreatiepark Ouwehand’. Het bezoekersaantal stijgt met maar liefst 35% tot 481.000. Betere jaren lijken aan te breken.

Op 18 juni in 1972 viert Ouwehands Dierenpark zijn 40-jarig jubileum. Het is een mooi jaar, omdat het allereerste girafje wordt geboren in Rhenen. De dierentuin krijgt er nog meer nieuwe bewoners bij met de komst van jaguars, lippenberen, chimpansees, orang oetans en mandrils. De van de televisie bekende Pipo de Clown en Swiebertje geven ook voorstellingen in het dierenpark.

In de jaren erna profileert Ouwehand zich als ’Meer dan een dierenpark’. De eerste orang oetan komt er ter wereld en het park bouwt verder aan nieuwe roofdierverblijven, overdekte bezoekerspaden en zelfs ‘onderwaterinkijkverblijven’ voor zeehonden en otters. In 1974 neemt het aantal bezoekers toe tot 600.000.

De 1.250 m² grote en 15 meter hoge ‘Vrije Vlucht Volière’ is nieuw in 1976. Binnen een jaar tijd groeit de vogelcollectie met 50% tot 122 vogelsoorten. De eerste Californische zeeleeuw wordt in het park geboren en er komen voor de bezoekers een nieuwe speeltuin met ezelbaan, een ponymanage en een motorbootjesvijver.

Eind jaren ’70 neemt Ouwehand deel aan de eerste dierentuin-CAO en introduceert het park een monorail, het congrescentrum en het vernieuwde aquarium. Bezoekers betalen nu 6 gulden 50 aan entree. Bram Ouwehand en Jo Baars nemen in 1979 afscheid als directie van het park en geven het stokje door aan Gerard Baars en Frans Engelsma.

Jaren ’80

Begin jaren ’80 start de papegaaienshow en begint ook een nieuwe show in het Dolfirena: ‘Dolphin’s Love Story’. Het gaat goed met het dierenpark en de bezoekers blijven toestromen, ook omdat de NS in 1981 een station opent in Rhenen.

In 1986 opent het park het chimpansee- en orang oetangebouw ‘Mensapenhuis’ en in 1987 is ‘Het leukste dierenpark van Nederland’ de leuze van Ouwehand. Eindelijk komt er toestemming voor uitbreiding van het park met zes hectare en de aanleg van een nieuw parkeerterrein. Voor 13 gulden kunnen de bezoekers bijvoorbeeld nu ook de ‘Zo zijn Dieren Show’ met papegaaien bewonderen.

Het sfeervolle, Mexicaanse restaurant ‘Casa Del Loro’ gaat in 1989 open op de plaats waar eerder restaurant ‘De Koningstafel’ stond.

Jaren ’90

De resultaten van Ouwehands Dierenpark vallen begin jaren ’90 tegen door de concurrentie van Burgers Bush. De entree wordt hoger (fl. 16,50), maar het horeca-aanbod kleiner en de bediening afgeschaft. Ook de dolfijnenshow verdwijnt na de dood van de laatste dolfijn.

Het dierenpark financiert in 1992 de aanleg van het ‘Zeehondenwad’ met de verkoop van restaurant ‘Casa Del Loro’ plus de aangrenzende grond.

In 1993 presenteert het park zijn plan voor ‘Het Berenbos’ en nog dat jaar nemen de eerste drie beren hun intrek. Op 20 mei 1994 volgt de officiële opening van ‘Het Berenbos’ en in 1995 vindt de eerste ‘Berenbosdag’ plaats.

Gerard Baars moet in 1996 delen van het parkterrein verkopen om schulden af te lossen. Het bezoekersaantal daalt dit jaar flink en ook de collectie zoogdieren neemt in getal af. Ondanks deze tegenslagen start Ouwehands toch met de bouw van ‘Het Tijgerbos’ dat in 1997 opent. ‘Het Reptielenverblijf’ gaat in 1998 onder de slopershamer en ‘Het Lapse Land’ met rendierenverblijf komt ervoor in de plaats.

Vanaf 2000

Het dierenpark blijft in zwaar weer en de overname van het park door Marcel Boekhoorn in maart 2000 is een logisch gevolg van de grote financiële problemen. Gerard Baars blijft aan als adviseur.

Er zijn plannen genoeg om weer meer bezoekers te trekken: ‘Apen op Stelten’ bijvoorbeeld of een nieuw verblijf voor de ijsberen, met ‘onderwaterinkijk’. De zeeleeuwenshow krijgt een educatief karakter en er komt een Stichting Ouwehand Conservation.

In 2001 sluit het dierenpark tijdelijk vanwege de uitbraak van de ziekte mond- en klauwzeer. Het park lijdt hier gelukkig niet onder, want de twee witte leeuwen en de opening van ‘Urucu’ blijken flinke publiekstrekkers. Verschillende Zuid-Amerikaanse dieren zijn de nieuwe bewoners van ‘Urucu’: rode ara’s, rode flamingo’s, anaconda’s en witte zeekrokodillen.

Met de komst van de witte tijgers en de opening in 2003 van de overdekte speeltuin RavotAapia (4.000 m² ), trekt het park meer bezoekers dan in de jaren ervoor. Dat komt ook door de populaire kindersoap ZOOP die wordt opgenomen in het dierenpark.

In de jaren erna opent ook nog ‘Umkhosi’, de Afrikaanse speelsafari met Afrikaanse dieren en in 2006 keerden de Afrikaanse olifanten weer terug naar het dierenpark.

Ouwehands Dierenpark blijft bouwen aan de toekomst

Dit jaar nog wil Ouwehands Dierenpark beginnen met de bouw van een nieuw verblijf voor de Humboldtpinguïns. Dit verblijf komt naast de ijsberen te staan. De olifanten hebben er een bullenperk bij gekregen en de roofdierenoverkapping, waar de amurpanters, viskatten, wasberen en enkele vogelsoorten wonen, verdwijnt om plaats te maken voor een gloednieuw huis voor de sneeuwpanters en amurpanters.

 

met dank aan: Ouwehands Dierenpark