Zoo Antwerpen / Geschiedenis
Geschiedenis
De Antwerpse Zoo werd gesticht op 21 juli 1843, in navolging van andere Europese zoo's zoals Wenen, Parijs en Amsterdam. In die beginperiode is de zoo nog geen 2 hectare groot en omvat de collectie meer opgezette dan levende dieren. Dit is voornamelijk te danken aan de privé collectie van dierenopzetter en eerste zoo-directeur Jacques Kets.
Dankzij contacten met rederijen, komen er echter snel meer en meer exotische dieren en wordt er grond bijgekocht. Enkele typerende gebouwen worden ook in deze periode opgetrokken, zoals de Egyptische tempel en het moorse antilopenhuis. In deze periode is een bezoek aan de zoo nog een elitair gebeuren. Genieten van de dieren en prachtige aanp:antingen of luisteren naar een concert zijn enkel voorbestemd voor de rijke burgerij.
De grote ommekeer komt er na de 2e wereldoorlog wanneer de zoo wordt omgevormd tot een modeldierentuin met meer aandacht voor dierenwelzijn en een nadruk op educatie en wetenschappelijk onderzoek. Vernieuwende concepten en gebouwen zoals het mensapenhuis, het reptielenhuis en het planetarium ontstaan in deze periode.
Intussen is de zoo volledig "opgeslokt" door de stad. Waar de tuin vroeger nog aan de stadsrand lag, is deze nu volledig omsingeld door enerzijds het Centraal Station en anderzijds de verschillende huizen en appartementen. Hoewel dit de bereikbaarheid en de populariteit vergroot, wordt uitbreiden onmogelijk. Een tijdlang wordt er gedacht aan een verhuizing van de Zoo. Dit idee zal leiden tot de aanschaf van het domein Planckendael in 1956.
De zoo zelf heeft intussen haar limiet bereikt. Door middel van een goede collectieplanning wordt de beschikbare ruimte optimaal benut. Deze strategie toont zich duidelijk in nieuwe projecten zoals het vernieuwde berenverblijf. De zoo geeft hiermee duidelijk aan dat een rijke geschiedenis en hedendaagse dierverzorging perfect kunnen samengaan.
