Diergaarde Blijdorp

Inleiding: 

Diergaarde Blijdorp is een dynamische dierentuin in een dynamische stad. Van oudsher is Blijdorp een bijzonder mooi aangelegd park met daarin markante dierenverblijven met een typerende architectuur. Maar in de loop der jaren zijn de ideeën over het houden van dieren in de dierentuin enorm veranderd. Laten we zeggen: Gelukkig is het idee om dieren te houden drastisch veranderd en is de mens er achter gekomen dat dieren op een juiste manier gehuisvest moeten worden. Ook Blijdorp werkt hier aan mee en alle dieren in Blijdorp krijgen veel betere verblijven, dit gaat helaas niet op een kort termijn en daardoor is ook Blijdorp sinds 1988 sterk in beweging.

Aan de hand van een masterplan is een flink deel van de dierentuin inmiddels ingrijpend veranderd: de dieren worden in een zo natuurlijk mogelijke leefomgeving, hun biotoop samengebracht. 

Adres: 

Diergaarde Blijdorp
Blijdorplaan 8
3041 JG Rotterdam

Telefoon bezoekersdienst: 010-4431495
Website: www.diergaardeblijdorp.nl 

Highlights: 

- Oceanium: een reis door de zeeën van de wereld.

- Dierencollectie: Blijdorp heeft een uitgebreide dierencollectie en huisvest een aantal zeldzame diersoorten

- Architectuur: Blijdorp is een rijksmonument.

- Botanische collectie: naast dierentuin is Blijdorp ook een botanische tuin.

Openingstijden: 

Diergaarde Blijdorp is het gehele jaar, iedere dag geopend!
Zomertijd: 09.00 tot 18.00 
Wintertijd: 09.00 tot 17.00
Op 5, 24 en 31 december sluit de dierentuin om 16:00.
Op 1 januari opent de dierentuin om 10:00.

Toegangsprijzen: 

Volwassenen

€ 23,00

Kinderen (0-2 jaar)

gratis

Kinderen (3-12 jaar)

€ 18,50

 

Extra informatie: 

29 hectare
Continentale indeling

Ter bescherming van de dieren in de Diergaarde kunnen huisdieren niet worden toegelaten


Diergaarde Blijdorp is prima geschikt voor rolstoelen. Er is een beperkt aantal rolstoelen gratis beschikbaar, deze dient u van tevoren te reserveren. Houd rekening met een borg van € 50,00. Uiteraard krijgt u deze na inlevering van de rolstoel weer retour.

Parkeren is mogelijk op de grote parkeerplaats aan de Oceaniumzijde, een dagkaart kost € 9,00. Parkeren aan de Rivierehalzijde is op gemeente tarief.

Blijdorp heeft diverse restaurants waar u maaltijden kunt krijgen. Verspreid door het park staan ook diverse kramen waar u snacks kunt kopen.

bezoekersaantallen: 
Ontvangen Awards 2016 Mooiste Dierentuin
2016 Meest Innovatieve Dierentuin
2016 Leukste Aanwinst
2015 Leukste Geboorte
2015 Mooiste Nieuwe Verblijf
2014 Meest Innovatieve Dierentuin
2014 Leukste Geboorte
2013 Meest Innovatieve Dierentuin
2012 Leukste Geboorte
2009/2010 Meest Innovatieve Dierentuin
2008 Meest Innovatieve Dierentuin
2008 Beste Educatie
2007 Meest Innovatieve Dierentuin
 
Nominaties 2015 Mooiste Dierentuin
2014 Mooiste Dierentuin
2014 Leukste Aanwinst
2013 Mooiste Dierentuin
2012 Mooiste Dierentuin
2012 Meest Innovatieve Dierentuin
2012 Leukste Aanwinst
2011 Mooiste Dierentuin
2011 Mooiste Nieuwe Verblijf
2011 Leukste Geboorte
2011 Leukste Geboorte
2009/2010 Mooiste Dierentuin
2009/2010 Mooiste Nieuwe Verblijf

 

Bijzondere dieren: 

- Amoerpanter

- Kuifhert

- Steppeslurfhondje

- Francoislangoer

- Aziatische leeuw

- Komodovaraan

Plattegrond

Fotoimpressie

Klik op de foto's voor een groter formaat

Savanne De krokodillenrivier
Okapi's Een stukje Taman Indah: Aziatische olifanten
De Rivierahal Amazonica
Het eerste stukje Artica: ijsberen oceanium - haaientunnel

 

 

Geschiedenis

Sinds 1847 is Rotterdam verbonden met het toen nog uiterst beperkte spoorwegnet. Enkele jaren later, in 1855, namen twee spoorwegemployés, G.M. van den Bergh en F. van der Valk, een spoortuintje in gebruik met een daarin gelegen 'waterkom', dat de mogelijkheid bood er een aantal vogels in onder te brengen. Want het tweetal behoorde tot genus dierenliefhebber. Blijkbaar hebben zij heel wat tijd en liefde in hun spoortuintje gestoken, want het trok de aandacht van de Rotterdammers. Al in het jaar daarop sloten de nieuw benoemde stationschef S.j.Roosdorp en zijn vriend J.M.Scheffer zich bij de initiatiefnemers aan om het spoortuintje te kunnen uitbreiden en meer dieren te kunnen huisvesten. Het viertal huurde een aangrenzende tuin waarop een flink tuinhuis stond. Dat werd de 'sociëteit', en voor tien gulden konden achtbare burgers lid worden van de kleine dierentuin. De spoorwegdirectie stond een stuk in bruikleen af en al op 4 auguster 1856 gaven B. en W. van Rotterdam toestemming om van de gronden die men nu te beschikking had, een echte diergaarde te maken. Inmiddels had men al meer dan 500 leden. Uit die leden kwam een commissie naar voren die de zaken grootscheeps wilde aanpakken, zodat het spoortuintje en naaste omgeving konden worden uitgebreid tot een dierentuin, het groeiende Rotterdam waardig. De commissie schreef een lening uit voor 200.000 gulden, maar de Rotterdamse zakenlieden lieten zich niet kennen het werd drie ton.

Een bestuur is op 27 maart gekozen, en al op 18 mei gaat de eerste spade in de grond. Het bestuur neemt niet de eerste de beste voor de aanleg van de tuin. De heren Zochter te Haarlem worden ingesckakeld-zij houden zich bezig met de aanleg van de tuinen bij landgoederen en stadsparken. Op 15 september 1857 krijgt de vereniging ,,De Rotterdamse Diergaarde" de Koninklijke goedkeuring op de statuten. Niet voor niets geldt 1857 als het stichtingsjaar van de Rotterdamse Diergaarde, die nu een stichting is en sinds het eeuwenfeest in 1957 het predikaat 'Koninklijke' mag voeren. Eind 1857 had men al 996 leden, Die jaarlijks 25 gulden contributie betaalden. Gedurende de eersten halve eeuw waren alleen gegoede Rotterdammers lid van de Diergaarde. In het gezelschapleven van de havenstad ging de dierentuin een belangrijke rol spelen. Het sociëteitsgebouw werd al spoedig te klein. Het werd naderhand, in 1847, vervangen door een imposant gebouw in de internationale stijl, met kolommen aan de buitenkant. Er was een feestzaal voor 1.000 personen, een leeszaal, een dames, een grote eetzaal, een overdekt terras voor 300 personen en een muzieknis. Maar men bouwde ook prachtige plantenserres die tot over de grenzen bekend werden. In 1886 kwam de bekendste serre tot stand met daarin de Victoriaregia, de waterplant die nu als Victoria amazonica bekend is en waarvan de bloei altijd een aangelegenheid placht te zijn die in de krant bekend wordt gemaakt. In 1862 werd bepaald dat jongeren onder de zestien niet met stokken de tuin in mochten, met de stokken werden de dieren geplaagd. Een bestuursmededeling van augusters 1866 geeft uitsluitsel over de wijze waarop men de toegang verleend aan personen van ,,den Werkenden stand" tegen betaling van 25 cent persoon. Zij moesten bovendien in het bezit zijn van een bewijs van toegang door een lid ondertekend. Op vrijdag, zaterdag en zondag 10, 11, 12, 17, 18, 19, 24, 25 en 26 augusters mochten niet-leden die in Rotterdam woonden de tuin bezoeken. Zij moesten 50 cent betalen.

Al kort na de opening werden concerten in de diergaarde gegeven: dienstbodes mochten daarbij aanwezig zijn als er voldoende onbezette plaatsen waren. De diergaarde was zo deftig dat het dertig jaar duurde voordat er een speelplaats voor kinderen werd ingeruimd.In de loop van de jaren werd de diergaarde uitgebreid met nieuwe gebouwen. Wij noemden al de Victroria regia-serre. Een andere serre, de zogenaamde Flora-serre, was een schepping uit glas en het nieuwe bouwmateriaal dat ook in de stationsoverkappingen en het Amsterdams Paleis voor Volksvlijt werd toegepast: gietijzer. De koepel reikte tot een hoogte van 32 meter en werd bekroond door een beeld van Flora. In deze grote kas werden bloemtentoonstellingen gehouden. Zeer bekend werden de jaarlijkse paastententoonstellingen van voorjaarsbloemen.

Een andere plantenkas heette Prins Hendrikserre. Deze kas werd vijf jaar na de bouw van de flora-serre, en wel in 1878, van Soestdijk overgebracht naar Rotterdam. De kas was het eigendom geweest van Prins Hendrik, de zoon van willem 2. Omstreeks de eeuwwisseling kwam er nog een hoge kas met zijvleugels bij, waarin een rijk assortiment van cacteren, opuntia's, agaven etc. te zien was. Een vreemd bouwwerk was de 'rots' met een gekanteelde uitkijktoren. De rots werd in 1886 opgetrokken uit lavablokken uit Andernach. In de rots waren kleine aquaria ondergebracht. Van de veelzijdigheid van de attracties de de diergaarde bood, getuigt een bewaard gebleven affiche uit 1860 waarin wordt aangekondigd dat op de vijvers ,,eene originele Afrikaansche Kanoe uit eene boomstam vervaardigd" , zal worden gedemonstreerd. Op de buitenrede van Elmina waren met deze 'kanoe' vier Afrikaanse matrozen door de branding heen aan boord gekomen van het brikschip Gouverneur Elsevier. Diezelfde Afrikanen zouden met de kano op de vijvers van de diergaarde een proeve van hun handigheid in het besturen van het vaartuig laten zien. Er waren zoveel kasmiddelen dat directeur dr.Buttikofer een enorm zeeleeuwenbassin kon laten bouwen dat de voor die tijd niet geringe som van 92 mille vergde. Maar de omrastering bleek net iets te laag en het was voor het Rotterdams publiek een sensatie van de eerste rang om op een dag in het jaar 1922 een zeeleeuw in de Diergaardesingel te zien zwemmen. Enkele oppassers gingen in een bootje met een emmertje schelvis de snelle zwemmer achterna, die in het water van de singel echter verse vis in overvloed vond en niet taalde naar de aangeboden schelvis. De zeeleeuw is tenslotte terechtgekomen in een fuik bij het stoomgemaal aan de Westersingel en daar door de oppassers opgehaald. In 1924 dienden zich echter financiële tekorten aan, die van jaar tot jaar groter werden. Een van de oplossingen die aan de hand werden gedaan, was het kostbare terrein aan de kruiskade te verlaten en om te zien naar een minder kostbare huisvesting aan de buitenkant. Na veel vijven en zessen was het zover: de vereniging ,,De Rotterdamsche Diergaarde" werd ontbonden, de eigendommen werden overgedragen aan een stichting met dezelfde naam en er zou een grondruil met de gemeente worden aangegaan.

In het voorjaar van 1940 was de sloper zijn werk begonnen op het terrein van de oude diergaarde. Reptielen, beren en zeeleeuwen hadden al elders op het terrein tijdelijke verblijven gekregen in afwachting van de verhuizing. De zebra's vertoefden in het oude gebouw van de runderen. Op de eerste oorlogsdag, vrijdag 10 mei, liep als gevolg van de luchtlandingen het front plotseling langs de Maas, zodat personeelsleden die in Rotterdam-Zuid woonden, de tuin niet konden bereiken. Vroeg in de ochtend van de tweede oorlogsdag beschoot een vliegtuig de roofdierengallerij. De kogels sloegen te hoog in om slachtoffers onder de dieren te maken. Rampzalig werden de omstandigheden op de derde dag, eerste Pinksterdag. Bij een luchtbombardement richtten achttien brisantbommen grote schade aan. Overal liepen verminkte of ontsnapte dieren. In het roofdierengebouw waren de plafonds naar beneden gekomen, maar de roofdieren leefden nog. Na enig beraad besloot de directeur, dr.K.Kuiper, de roofdieren met de kogel te laten doden. Hier en daar lagen koppen en vleugels van struisvogels; elandantilopen liepen met opengereten buik rond. Op de smeekbeden van oppasser A.G.(Janus) van den Berg spaarden de militairen het leven van de leeuw Tommy, die indertijd door een hond was gezoogd, en van een halfwas leeuwtje. De kadavers werden in een granaattrechter geworpen en met aarde bedekt. Acht tijgers, zeven leeuwen en enige jaguars vonden er hun graf. Nog erger werd de toestand op de 14e mei, de dag van het bombardement op Rotterdam. Ook de diergaarde werd getroffen. Voedselmagazijn, werkplaats, de kostbare bibliotheek- alles ging in vlammen op. Een brandspuit uit Schiedam poogde met water uit een vijver - de waterleiding in de tuin was bij het bombardement van zondag al in het ongerede geraakt- het olifantenhuis te behouden. Olifant Sonny liet zicht gewillig uit het verblijf halen en aan een boom vastzetten; de andere olifant, die was bevangen door angst, durfde men niet te benaderen. Oppasser H.Schilt, die met anderen eerst in het ziekenhuis aan de Coolsingel had geholpen, drong met Janus van den Berg later het brandende apenhuis binnen. Op de fiets brachten zij de chimpansees Josefientje, de orang-oetan Agam, drie kleine chimpansees en een paar kapucijneraapjes naar een cafe aan de Diergaardesingel, waar zij werden opgesloten in een telefooncel en in de toiletten. Josefientje was zo overstuur dat zij een van de kapucijneraapjes doodsloeg. Bij een bezoek, een paar dagen na de rampendag, ontdekte dr. kuiper nog de chimpansee August en een wijfjes orang-oetang die het er levend hadden afgebracht. De leeuw Tommy en het halfwas leeuwtje waren echter in de vlammen omgekomen.

Wij ontleenden er een aantal bijzonderheden aan, evenals aan de jubileumuitgave ,,125 jaar diergaarde" het jubileumboekje had als bron artikelen in ,,Blijdorpgeluiden", geschreven door wijlen C. van Doorn die gedurende een lange reeks van jaren aan de de diergaarde was verbonden. Toen de oorlog uitbrak, was men in Blijdorp al een jaar lang bezig met de bouw van een nieuwe dierentuin. Een gedeelte daarvan kon op 7 juli 1940 in gebruik worden genomen. Een aantal dieren was al vrij spoedig naar de nieuwe tuin overgebracht, in transporthokken die van andere dierentuinen waren geleend. De chimpansees logeerden tijdelijk in de oude Haagse dierentuin. Ook de bijna tien jaar oude orang-oetan Agam verbleef daar enige maanden en ging uit wandelen met zijn Rotterdamse oppasser en met bezoekers, onder wie een vroegere minister van Buitenlandse zaken en zijn kleinkind. Maar Leiden was in last toen Agam terug moest naar Rotterdam. Olifant Rimba- een slecht gehumeurd dier- wandelde zelf, vastgebonden achter een zware grintauto, van de oude diergaarde naar de nieuwe. De nieuwe verblijven in het ruim opgezette park hadden een gunstige invloed op de fokresultaten. Ondanks de voedsel schaarste slaagde het personeel erin de nieuwe diergaarde met haar levende have goed door de oorlog heen te helpen. De collectie dieren was bij de bevrijding het twee- tot drievoudige van het aantal dieren dat in 1942 in de diergaarde aanwezig was. De Rotterdamse diergaarde heeft daardoor vele dierentuinen die door de oorlog waren getroffen, kunnen helpen. Er werden toen ook getracht die diersoorten te verwerven die in de vrije natuur met uitroeiing werden bedreigd. Zo kwamen naar Blijdorp: Orang-oetans, gorilla's, wissenten, bantengs, onagers, Pater Davidsherten, Przewalskipaarden, sneeuwpanters, Siberische tijgers, Honduras kalkoenen, Hawai-ganzen. En niet te vergeten de okapi's. Het bijzondere van de Rotterdamse diergaarde is de aanleg. De meeste dierentuin zijn van klein naar groter gegroeid. Dat is in de aanleg dan duidelijk te merken. Een voorbeeld ervan is Artis. Blijdorp, dat overigens officieel de Stichting Koninklijke Rotterdamse Diergaarde heet, is echter in zijn geheel het plan van een man, architect S. van Ravesteyn. De stijl-Van Raversteyn wordt nog altijd nauwkeurig gehandhaafd. De gebogen, doorknikkende daken, de versieringen zoals Medusahoofden op de wrijfpalen in het buitenverblijf van de giraffen, de ronde stalen ramen, de gebogen muurvlakken, de gestileerde dierfiguren op de zuilen van het toegangshek. Het is allemaal voortgevloeid uit het plan van een man. 

Sinds 1988 waait er een nieuwe wind door Blijdorp om meer bezoekers te trekken. Door tegevallenbezoekersaantallen is dit nodig. Waren er in 1968 nog 700.000 , dat aantal was in 1983 nog maar 558.493.
Grote veranderingen staan op stapel en de Diergaarde zal flink vernieuwen volgens een masterplan. In 1990 is dit als eerste merkbaar door de Chineese tuin. In 1991 gaat Fase 1 Masterplan van het Aziatisch stuk in. In korte tijd openen de Vleermuisgrot, het  Aziatisch moeras met kraanvogels, kleinklauwotters en de Mongoolse steppe met kamelen en Prezwalskipaarden. In 1991 is het jaar dat Diergaarde blijdorp de magische grens van 1 miljoen bezoekers haalt. 

In 1994 opent Diergaarde Blijdorp Taman Indah, een tropisch stallencomplex waar olifanten, Maleise tapirs en Indische neuhsoorns leven. Natuurlijk heeft elke soort een nieuw passend buitenverblijf. De olifaten krijgen een groepsstal, als eerste in Nederland, een bullenperk, een kantelaar en een zwembad.

In 2000 Stelt de Diergaarde het Oceanium open. Een wereldreis langs gebieden met dieren die in en rond het water leven. Zeeleeuwen, zeeotters,  koningspinguïns volgen later. Het Henri-martinhuis word in 2004 grondig verbouwd en is niet langer meer een nachtdierenhuis maar is nu de kliniek van Blijdorp. Door een raam kunnen bezoekers live operaties volgen.

In 2005 volgt een nieuw tijgerverblijf op de oude zeeleeuw en ijsbeerverblijven. Als Blijdorp in 2007 haar 150 jarig bestaan viert opent de nieuwe Trekvogelvolière met een Hollands weidegebied met wulp, kieviet en grutto en een Afrikaans gebied met lepelaars en bijeneters. Door de ontsnapping van Bokito lopen veel bouwwerken vertraging op. Maar gelukkig keert er in 2008 weer een berensoort terug in Blijdorp, de ijsbeer in het nieuwe gebied Artica! 

Routebeschrijving

 


WeerOnline.nl