Nadat we, nog net voor de sluiting van het park, in mei 2006 les felins d’Auneau hadden bezocht, werd het nu, zo’n 2,5 jaar na de opening van het nieuwe felins park in Nesles wel eens tijd om dit nieuwe park te bezoeken.
Ons bezoek in 2006 was goed bevallen, heel erg veel katten te zien en bij bijna alle verblijven leuke en goede kijkpunten. De verwachtingen voor dit nieuwe park waren dan ook hoog gespannen...
De eerste verblijven die je na de entree tegenkomt zijn drie soortgelijke cheetah-verblijven.

Tegenover de cheetahs loopt hun voedsel, op het in het Europa gelegen boerderij-weiland.

Na de drie cheetahverblijven kan je rechtsaf de rest van het park in, of links af de twee Europese katachtigen bekijken, respectievelijk de Europese Wilde Kat en de Euraziatische Lynx (met de fantastische namen Grrr en Wrrr).

Na het Europa deel lopen we terug naar de t-splitsing en gaan nu rechtdoor langs het enorme Angola-leeuwen verblijf. Hier vinden we ook een van de veel in het park geplaatste bordjes met welke dieren het park heeft, hoe ze heten en waar ze vandaan komen.

Na het Angola-leeuwen verblijf kom je bij een groot keuze plein waar je kunt kiezen uit het nieuwe maki-gebied (nog niet geopend), en de Afrika, Azie en Amerika-delen van het park. Ook staan hier een aantal educatieve borden en is er een educatie-hut geplaatst waar een medewerkster de hele dag schedels, nagels en andere katten-zaken toont.

Het maki-gebied is nog niet geopend, maar er zijn al wel een aantal ringstaartmaki’s aanwezig en er is een blik te werpen op hoe het deel er uit gaat zien.

Het Afrika-gebied begint, de Angola-leeuwen en de cheetahs niet meegerekend, met een verblijf voor servals.

Dan volgen twee verblijven waarin binnenkort een van de zeer weinige nog niet in deze tuin gehouden kattensoorten moet komen, de zwartvoet kat. Tot die tijd doen deze verblijven echter dienst als opvang voor jongen van de wel in het park aanwezige dieren, jaguaroendi’s.

De Gordon’s katten hebben vergelijkbare verblijven. De kleine katten in het park hebben allemaal twee verblijven van minstens 100m2 grootte per stuk, een van de twee heeft doorgaans een kijkhutje met kleine raampjes.

De zandkatten hebben de uit Auneau overgenomen plastic kas, maar ook twee echte buitenverblijven. In de kas ligt een moeder met jongen terwijl de twee buitenverblijven worden bewoond door mannetjes.

Tegenover de zandkatten liggen een aantal Perzische panters (geen foto), met heel erg veel fantasie een Afrikaanse panter ondersoort

De wel Afrikaanse Caracal kom je daarna tegen, vlak voordat je tegen de volgende leeuwen weilanden aanloopt.

Bij het eerste leeuwenweiland, dat voor witte leeuwen, is een uitkijkplek gemaakt met een aantal kijkruitjes. Helaas zal dit al snel het enige verblijf voor grote katten blijken met een kijkruit. Naast het weiland voor de witte leeuwen ligt het weiland voor de bekende “troep” leeuwen.

Vanaf het kijkpunt bij de witte leeuwen is er ook zicht op nog eens vier verblijven voor cheetahs. Deze verblijven zijn zo gemaakt dat ze allen naar elkaar opengezet kunnen worden. In drie van de verblijven wordt een mannelijke cheetah geplaatst, in de vierde een cheetahdame. Als de dame in de juiste periode is, worden de mannen bij haar gelaten en kiest zij zelf haar partner.

De laatste katten in het Afrika gedeelte zijn de zwarte panters, ook hier valt natuurlijk te twisten over de juiste plaatsing van deze dieren in dit gedeelte, maar uiteindelijk maakt dat de gemiddelde bezoeker niets uit.

Terug op het keuzeplein zijn er nog 2 gebieden niet bezocht. Aan het begin van ieder gebied staat een bord met foto’s van alle in dat gedeelte van de aarde levende kattensoorten, of het park ze heeft, waar ze in dat gebied voorkomen en welk verblijfnummer de dieren hebben.

Het Azie deel is grofweg te omschrijven als een flink aantal mega verblijven voor de vele grote katten van dit continent, afgewisseld met een aantal kleinere verblijven voor de kleinere katachtigen. Het eerste verblijf is zo’n mega-groot verblijf, voor Sumatraanse tijgers is er een enorm dicht begroeid bos met in het midden een kleine open plek (foto), direct na de Sumatraanse tijgers volgen de uit Rotterdam gekomen roestkatten.

Het volgende grote verblijf is bestemd voor Sri-Lanka panters (foto linksboven) en ligt vlak voor een groepje kleinere verblijven voor Aziatische goudkatten (foto rechtsboven), Bengaalse tijgerkatten (foto linksonder), vissende katten (foto rechstonder) en moeraskatten (geen foto).


Tegenover elkaar liggen vervolgens meerdere grote verblijven, links dat voor de eerste twee Siberische tijgers van het park (geen foto), rechts een aantal achter en naast elkaar liggende verblijven voor witte tijgers (beide foto’s)

Na de witte “troep” tijgers volgt het grootste verblijf van le pars des felins, dat voor de dit jaar aangekomen Maleise tijger broertjes. Het verblijf is alleen vanaf een kijktoren te bekijken en is zo’n 3,5 hectare groot. Door het midden van het verblijf, tussen alle bomen door loopt een pad dat uitkomt op een plas water. Voor de bezoeker zit er niets anders op dan te hopen dat de dieren dit pad een keer oversteken. Veel beter te zien zijn de Siberische tijgers, het tweede koppel, die volgen na dit monster verblijf voor hun Maleise neefjes.

De amoerpanters en hun buren de Syberische lynxen hebben iets kleinere verblijven, al blijft “klein” en heel verkeerde woordkeuze voor dit kattenpark.

Dan wordt het weer een tijd voor een aantal kleine katten. Naast het laatst genoemde Siberische tijgerverblijf vinden we de manoels, die naast een aantal buitenkooien ook een stuk overdekt verblijf blijken te hebben. Vanaf dit verblijf kan je ook de nevelpanters, volgens velen de mooiste kat, bekijken.

Er volgt nog een groter verblijf, voor de tot nu toe ontbrekende Sneeuwpanters (geen foto) en een verblijf voor de kleine Siberische tijgerkat en dan hebben we alle verblijven (en op de Aziatische goudkat na ook alle katten) van Azie gezien en staan we weer op het keuzeplein, nog een werelddeel te gaan, Amerika.

In het hele park zijn bij alle dieren soortborden te vinden met daarop niet alleen de Franse en taxonomische naam van de kat, maar ook de naam van de kat in het Engels, Duits, Nederlands, Italiaans, Spaans, Portugees, Chinees en Japans (inclusief Romanized Japans). Tegen een hek hangt de uitleg hoe dit komt, het park blijkt niet zoveel internationale medewerkers te hebben, maar wel betrekkingen.

De eerste twee verblijven van Amerika huisvesten een koppel Margays, het park heeft vier margays, waarvan er 2 uit Brazilie afkomstig zijn. De tweede Amerikaanse diersoort is de ocelot, het koppel van deze dieren heeft echter maar een verblijf tot hun beschikking.

De ocelots worden gevolgd door een oude jaguar dame (geen foto) die op haar beurt weer wordt gevolgd door verblijven voor het tweede koppel margays en voor de twee koppels geoffroy’s katten (met jongen).

Vlak voor de grootste Noord-Amerikaanse kat, de poema’s (rechts), zitten de kleinste Zuid-Amerikaanse katten, de oncilla’s (links).

Tegenover de poema’s loopt het koppel jaguaroendi’s en om de hoek loop die andere Noord-Amerikaanse kat, de rode lynx of bobcat.

Naast de oude jaguar-dame huisvest het park ook een koppel van deze prachtige grote kat, de fokvrouw en man leven in het laatste verblijf van het Amerika deel en van le Parc de Felins.

Le Parc des Felins in Nesles is een enigszins gestoorde voortzetting van het voormalige park in Auneau. Meer katten, meer ruimte, maar helaas minder zichtbaarheid. Waar in Auneau goed was nagedacht over kijkruiten bij de grote katachtigen is in Nesles besloten dat gaas op 1,5 meter minimale afstand goed genoeg is voor de bezoekers, je kan hierdoor de dieren in hun bossen met enige regelmaat ver weg zien lopen, maar voor de fotografen onder ons waren die ruiten een stuk handiger. De kleine katten zijn allen wel goed te zien, en ook de fokresultaten liegen er niet om, ze weten dus wel waar ze mee bezig zijn daar in Frankrijk.